Btw slechts aftrekbaar in juiste btw-aangifte

In een recente uitspraak heeft de Hoge Raad beslist dat een ondernemer slechts btw in aftrek kan brengen, indien de btw op de juiste aangifte in aftrek wordt gebracht.

In het arrest van de Hoge Raad ging het om een ondernemer die de eerste twee kwartalen van het jaar 2004 btw in rekening gebracht had gekregen, in verband met de verkoop van een deelneming. De ondernemer bracht de btw echter pas in aftrek op de aangifte voor het vierde kwartaal van 2004.

De Hoge Raad heeft beslist dat ondernemer de aan hem in rekening gebrachte btw in aftrek had moeten brengen in de juiste tijdvakken, namelijk het eerste en tweede kwartaal. De aangifte voor het tijdvak vierde kwartaal ziet uitsluitend op het vierde kwartaal. De ondernemer kan de aan hem in rekening gebrachte btw uit een bepaald tijdvak niet op de aangifte van een ander tijdvak in aftrek brengen.

 

Gevolgen

De formele benadering van de Hoge Raad heeft als gevolg dat ondernemers hun administratie goed op orde dienen te hebben, om de kans op niet-aftrekbare btw te minimaliseren. Indien een ondernemer de aan hem in rekening gebrachte btw in een verkeerd tijdvak in aftrek brengen, dan kan de inspecteur de aftrek weigeren.

 

Toch aftrek van btw

In voorkomende gevallen kunnen ondernemers een beroep doen op een besluit van de staatssecretaris van Financiën. In dit besluit geeft de staatssecretaris aan, dat ondernemers onder omstandigheden door een verzoek in te dienen bij de competente inspecteur alsnog de niet in aftrek gebrachte btw terug kunnen krijgen. Het is afhankelijk van de inspecteur of en in hoeverre een dergelijk verzoek wordt gehonoreerd.

Zoeken in de kennisbank