Country-by-country reporting bij niet-tijdige implementatie OESO-regels door andere landen

Geplaatst op

Op 5 oktober 2015 heeft de OESO vijftien rapporten gepresenteerd van het project Base Erosion and Profit Shifting (BEPS-project). De vijftien actiepunten van het project beogen internationale ontwijking van vennootschapsbelasting tegen te gaan. Actiepunt 13 van het BEPS-project heeft betrekking op de zogeheten 'transfer pricing documentation and country-by-country reporting'. Het voorziet in een gestandaardiseerde documentatieverplichting voor multinationale groepen in de vorm van een landenrapport, een groepsdossier en een lokaal dossier. Tevens roept het op tot een automatische internationale uitwisseling van de landenrapporten tussen de fiscale autoriteiten.

Op 1 januari 2016 is de Nederlandse wetgeving ter implementatie van deze OESO-standaard in werking getreden. Op basis van die wetgeving moeten in Nederland gevestigde entiteiten van multinationale ondernemingen jaarlijks in een landenrapport (country-by-country) de wereldwijde fiscale winstverdeling inzichtelijk maken en aangeven hoeveel belasting in welk land wordt betaald.

In een wetsvoorstel dat op Prinsjesdag is ingediend, wordt voorgesteld tijdelijk zogenoemde 'voluntary filling'of 'parent surrogate filling' toe te staan. Op een Nederlandse groepsentiteit rust dan (onder bepaalde voorwaarden) niet langer de verplichting om het landenrapport te verstrekken aan de inspecteur. De 'uiteindelijkemoederentiteit' zal in dat geval het landenrapport verstrekken aan de Belastingdienst van het land waar de ‘uiteindelijkemoederentiteit’ is gevestigd. Dat land zal vervolgens het landenrapport uitwisselen met Nederland.

back to top