Fictieve rendementsheffing box 3 houdt wederom stand bij hoge raad

Geplaatst op

Op 10 juni 2016 heeft de Hoge Raad beslist dat de fictieve rendementsheffing van box 3 voor het belastingjaar 2011 niet strijdig is met het eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (hierna: EP). Dit overigens in tegenstelling tot het advies van Advocaat-Generaal Niessen van 12 februari 2016.

In casu betrof het een gezin dat naar Noorwegen emigreerde en in Nederland een woning achterhield voor eigen gebruik. De woning werd niet verhuurd en stond het merendeel van het jaar leeg. Belanghebbende vond dat de heffing in box 3 tot een buitensporige last leidde, omdat een fictief rendement van 4% over de waarde van de woning werd belast tegen een tarief van 30%, terwijl in werkelijkheid geen rendement met de woning werd behaald.

De Hoge Raad volgt in deze uitspraak de lijn die reeds was ingezet in zijn arrest van 3 april 2015, waarin gelijkluidend werd beslist voor het belastingjaar 2010. Wil sprake zijn van strijdigheid met artikel 1 EP dan moet gedurende een reeks van jaren in het algemeen een rendement van 4% niet meer haalbaar zijn én leiden tot een buitensporige last voor particuliere beleggers. Het feit dat met een specifieke belegging, zoals in onderhavige casus een woning, gedurende een aantal jaren geen rendement van 4% wordt behaald, is niet voldoende voor strijdigheid met artikel 1 EP. Onder verwijzing naar haar eerdere oordeel voor het jaar 2010, oordeelt de Hoge Raad dat ook voor het jaar 2011 niet vast is komen te staan dat voor een langere reeks van jaren het veronderstelde rendement van 4% per jaar niet meer haalbaar was.

Met deze recente uitspraak van de Hoge Raad is het nog niet definitief gedaan met de bezwaren tegen de fictieve rendementsheffing in box 3. Momenteel loopt er nog een 'massaal bezwaar'-procedure naar aanleiding van de proefprocedure die de Bond voor Belastingbetalers is begonnen tegen de fictieve rendementsheffing in box 3 over spaartegoeden in het belastingjaar 2014. Hoewel de uitspraak thans niet in het voordeel is van belastingplichtigen, zal in de 'massaal bezwaar'-procedure opnieuw moeten worden beoordeeld of voor het betreffende belastingjaar kan worden vastgesteld dat voor een lange reeks van jaren geen rendement van 4% kon worden gehaald.

Vragen?
Heeft u vragen over dit artikel? Neem dan contact op met onze adviseurs.

back to top