Het gelegenheid geven tot parkeren op straat door een gemeente is met btw belast

Geplaatst op

Rechtbank Gelderland heeft op 3 november jongstleden geoordeeld dat een gemeente btw in rekening moet brengen voor ‘straatparkeren’. Tot op heden handelen gemeenten voor het straatparkeren als ‘overheid’ en brengen ze geen btw in rekening. De btw op kosten wordt gecompenseerd bij het Btw-compensatiefonds. Als gevolg van deze uitspraak moeten gemeenten wel btw in rekening gaan brengen. Wat betekent dit voor de praktijk?

Optreden als overheid

De rechtbank heeft uitspraak gedaan in een zaak tussen een ondernemer en de gemeente Arnhem. In geschil was of gemeente Arnhem als overheid of als ondernemer optreedt bij straatparkeren.

De gemeente treedt op als overheid indien de activiteit wordt verricht door een publiekrechtelijk lichaam en dat lichaam verricht de activiteit als overheid. Om als overheid te handelen, moet de activiteit ontleend zijn aan een specifiek voor de gemeente geldend juridisch regime. De rechtbank oordeelt dat aan beide voorwaarden is voldaan, zodat de gemeente voor het geven van gelegenheid tot parkeren op de openbare weg handelt als overheid.

Concurrentieverstoring

Vervolgens wordt beoordeeld of een verstoring van de concurrentieverhoudingen ‘van enige betekenis’ optreedt wanneer de gemeente niet als belastingplichtige wordt aangemerkt. De rechtbank vergelijkt hiervoor het straatparkeren met het slagboomparkeren. Volgens de rechtbank hebben beide hetzelfde doel en zijn straatparkeren en slagboomparkeren daarom voor de modale consument hetzelfde.

Voor slagboomparkeren worden gemeenten (en andere ondernemers) al langer als ondernemer aangemerkt. Gemeenten moeten dus btw voldoen uit de parkeeropbrengsten. Als de gemeente voor het straatparkeren niet als ondernemer wordt aangemerkt, leidt dit volgens de rechtbank tot concurrentieverstoring. Deze verstoring moet worden weggenomen door de gemeente als ondernemer aan te merken voor het straatparkeren. Wat zijn hiervan de gevolgen voor de praktijk?

Gevolgen voor de praktijk

Wij begrijpen de overwegingen van de rechtbank en zien ook de potentiële verstoring van de concurrentieverhoudingen. Naar ons oordeel wordt de gemeente daarom terecht als ondernemer aangemerkt. Echter, in het besluit van 25 januari 2012, BLKB 2012/175M heeft de staatssecretaris van Financiën deze link naar de concurrentieverstoring nog niet gelegd. De staatssecretaris zegt enkel dat het straatparkeren een overheidstaak is en gaat hierbij niet in op de mogelijke concurrentieverstoring. Daarnaast is in de regelgeving opgenomen dat een gemeente bij slagboomparkeren (wel) als ondernemer handelt. Ons inziens mogen we hieruit afleiden dat de wetgever en staatssecretaris nog steeds het standpunt innemen dat een gemeente als overheid handelt bij straatparkeren.
Het is nog niet bekend of de gemeente tegen deze uitspraak hoger beroep aantekent. Vooralsnog staat de uitspraak van de rechtbank. Het gevolg hiervan is dat de gemeente nu ook voor het straatparkeren wordt aangemerkt als ondernemer. Uit de ontvangen parkeervergoeding moet zij btw voldoen. Bij gelijkblijvende tarieven voor het straatparkeren, houdt de gemeente er per saldo minder aan over. Om de opbrengst gelijk te houden zal de gemeente derhalve de tarieven moeten verhogen.
Aan de kostenkant verandert materieel niets, omdat de gemeente de btw op kosten tot op heden compenseert via het btw-compensatiefonds. Nu de rechtbank de gemeente aanmerkt als ondernemer, kan de gemeente de btw via de btw-aangifte verrekenen.

Wij adviseren gemeenten om – zolang geen einduitspraak in deze procedure is gedaan en gelet op het besluit van 25 januari 2012 – het straatparkeren als overheid te blijven kwalificeren.

Wilt u weten welke gevolgen deze uitspraak mogelijk voor u kan hebben? Neem dan contact op met Jayant Rakhan (06-12024149) of Myrthe Hinskens (06-31031398).

back to top