Ondanks levering beneden kostprijs, kan gemeente de btw in aftrek brengen

Geplaatst op

Al jarenlang voeren de Belastingdienst en gemeenten discussie over de vraag of een gemeente btw in aftrek mag brengen op de stichtingskosten voor de nieuwbouw van schoolgebouwen, die zij tegen een hele lage prijs overdraagt aan een derde. Deze discussie heeft de Hoge Raad zeer recent beslecht in het voordeel van de gemeente. We lichten dit toe. 

De procedure

De Hoge Raad heeft op 23 juni 2017 uitspraak gedaan in de procedure over de zogenaamde ’btw scholenstructuur’. Het betreft in deze zaak de gemeente Woerden, die multifunctionele schoolgebouwen laat realiseren en overdraagt aan een stichting voor circa 10% van de stichtingskosten. Omdat sprake is van de levering van nieuwbouw, wordt over de lage overdrachtsprijs btw geheven en brengt de gemeente de btw op de stichtingskosten volledig in aftrek. De stichting gebruikt de gebouwen voor btw-vrijgestelde en btw-belaste verhuur alsmede voor terbeschikkingstelling om niet.

De procedure gaat over de vraag of de gemeente de btw op de stichtingskosten geheel in aftrek mag brengen of dat rekening moet worden gehouden met het gebruik door de koper (de stichting), waardoor een deel van de btw op de stichtingskosten niet voor aftrek in aanmerking komt. Daarnaast is de vraag opgekomen of de gemeente überhaupt wel als ondernemer handelt bij de overdracht van de gebouwen. De Hoge Raad geeft – na tussenkomst van diverse andere rechters – zijn eindoordeel. En dat luidt dat de gemeente als ondernemer handelt én de btw op de stichtingskosten volledig in aftrek mag brengen.

De voorprocedure

In deze procedure heeft het Europese Hof van Justitie (HvJ) een jaar geleden uitspraak gedaan (C-267/15). Voor een toelichting verwijzen we naar het nieuwsbericht van 28 juni 2016. Kort gezegd volgt de Hoge Raad het oordeel van het HvJ. Dit ondanks dat de Advocaat-Generaal (de adviseur van de Hoge Raad) van mening is dat de gemeente voor deze levering niet als ondernemer handelt en daardoor geen recht heeft op aftrek van btw. 


De Hoge Raad deelt de opvatting van het HvJ dat de gemeente Woerden als belastingplichtige in beginsel, als aan de materiële voorwaarden wordt voldaan, volledig recht heeft op aftrek van btw. De mate waarin de gemeente recht heeft op aftrek van voorbelasting is niet afhankelijk van het gebruik van de gebouwen door de koper (de stichting). De gemeente heeft hierdoor een volledig recht op aftrek van btw op de stichtingskosten en niet slechts gedeeltelijke aftrek naar evenredigheid van het belaste gebruik door de stichting. Dat de stichting een gedeelte van deze panden om niet aan een derde in gebruik geeft is hierbij van geen enkele betekenis.

De Advocaat-Generaal was op haar beurt van mening, dat de levering van de gebouwen door de gemeente aan de stichting niet kan kwalificeren als een economische activiteit als gevolg waarvan geen recht op aftrek van btw bestaat. Zij was van mening dat de gemeente niet deelnam aan een markt en dat daardoor de levering niet is verricht als belastingplichtige voor de btw.

Maar de Hoge Raad oordeelde dus dat de gemeente voor de levering beneden de kostprijs wel een volledig recht op aftrek heeft van de btw die in rekening is gebracht in verband met de bouw van de schoolgebouwen. Dit is in lijn met hetgeen het HvJ heeft geoordeeld.

De praktijk

Wij zijn van mening dat het arrest van de Hoge Raad een beperkte werking heeft, gelet op de specifieke omstandigheden in het geval. Voor de praktijk is dit toch een leuke opsteker. Uit het arrest kan worden afgeleid dat wanneer een gebouw wordt geleverd voor een prijs die behoorlijk lager is dan de stichtingskosten (10%), er nog steeds sprake is van een btw belaste levering. Deze opvatting van de Hoge Raad kan mogelijk ook in andere gevallen gelden. 

Breder effect?

Dit zien we met name terug in de wereld van de holdingmaatschappijen. Uit de uitspraak kan in principe worden afgeleid dat een holding volledig recht op aftrek heeft, wanneer kosten bij de holding binnenkomen, en de holding die vervolgens voor een lager bedrag doorbelast aan haar dochtervennootschappen. Als hierover in de praktijk al eens discussie bestond tussen de Belastingdienst en holdingmaatschappijen, kan deze uitspraak helpen om het aftrekrecht te verdedigen. In zoverre verandert er dus niets door deze uitspraak van de Hoge Raad. 

Contact

Of en in hoeverre deze uitspraak van de Hoge Raad op uw situatie van toepassing is,  moet per specifieke situatie worden vastgesteld. Mocht u willen weten of deze uitspraak gevolgen heeft voor uw organisatie, of wilt u meer in het algemeen het aftrekrecht voor uw organisatie, neemt u dan contact op met Myrthe Hinskens, adviseur bij de btw-adviesgroep van Baker Tilly Berk.

back to top