Personeelsfondsen blijven de gemoederen bezig houden

Geplaatst op

Op 9 augustus 2013 heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen over de fondsenvrijstelling. Hierdoor zijn de voorwaarden waar personeelsfondsen aan moeten voldoen, weer iets duidelijker geworden. In het eerste arrest oordeelde de Hoge Raad dat het personeelsfonds direct na oprichting betalingen aan werknemers kan doen. In het tweede arrest oordeelde de Hoge Raad dat de bijdrage van de werknemers meer dan symbolisch moet zijn.

Personeelsfonds

Een personeelsfonds is een fonds waaraan werkgever en werknemer gezamenlijk bijdragen. Een van de voorwaarden om belastingvrije uitkeringen uit het fonds te doen, is dat de werkgever in de laatste vijf jaar voorafgaand aan de verstrekking of vergoeding niet meer in het fonds mag hebben gestort, dan de werknemers. Daarnaast gelden nog een aantal overige voorwaarden.

De arresten

Een personeelsfonds hoeft niet al vijf of meer (kalender)jaren te hebben bestaan voordat uit het fonds belastingvrije uitkeringen en verstrekkingen kunnen worden gedaan. De Hoge Raad heeft dit bepaald. Volgens de Hoge Raad geldt dat de vrijstelling van toepassing is, “indien de werkgever tussen moment van oprichting van het fonds en het kalenderjaar waarin de uitkeringen en/of verstrekkingen plaatsvinden, niet meer heeft bijgedragen dan de werknemers”.

In het andere arrest was er in het verleden een groot bedrag door werkgever gestort
(ca. € 1.000.000,00 per einde 1996). In 2008 is aan werknemers gevraagd om een bedrag van € 1,00 te storten. In totaal is € 500,00 opgehaald. Volgens de Hoge Raad was dit bedrag zo symbolisch dat de uitkeringen uit het fonds in 2009 niet onder de vrijstelling vielen.

De praktijk

Past u de werkkostenregeling toe dan kan in beide gevallen de fondsenvrijstelling worden toegepast. Het kan een mogelijkheid zijn om uw werknemers extra belastingvrije uitkeringen en verstrekkingen te geven. Wel is het heel belangrijk dat aan alle spelregels is voldaan. Neemt u dus eerst contact op met uw contactpersoon bij Baker Tilly Berk of één van onze specialisten loonheffingen.

Bron: Hoge Raad, 9 augustus 2013, nr. 12/02585 en nr. 12/01829

back to top