Prinsjesdag 2017: inkomstenbelasting

Geplaatst op

Op Prinsjesdag 2017 zijn een aantal maatregelen aangekondigd die betrekking hebben op inkomstenbelasting. Wij lichten deze maatregelen graag toe (voor een overzicht van álle maatregelen kunt u hier kijken). Let wel: alle genoemde maatregelen en wijzigingen betreffen slechts wetsvoorstellen. De voorstellen zijn pas van toepassing als ze zijn goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer.

Herinvoering 10%-regeling in Awir

De zogenoemde 10%-regeling zoals die tot 1 januari 2012 in de Awir was opgenomen, wordt opnieuw ingevoerd ter voorkoming van het meetellen van inkomensstijgingen van de ex-partner of ex-medebewoner na verbreking van het partner- of medebewonerschap. Op grond van de 10%-regeling kan een belanghebbende de Belastingdienst/Toeslagen verzoeken om bij de berekening van het toetsingsinkomen van de voormalige partner of medebewoner de inkomensstijging na diens vertrek deels buiten beschouwing te laten. In dat geval wordt het over de periode van partner- of medebewonerschap genoten loon van de partner of medebewoner tijdsevenredig herleid tot een jaarinkomen en worden winst uit een onderneming die na de beëindiging van het partnerschap is gestart en belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden die na beëindiging van het partnerschap zijn gestart, buiten beschouwing gelaten. De regeling kan alleen worden toegepast als het toetsingsinkomen daardoor ten minste 10% lager wordt.

Partnerbegrip

Kinderen tot 27 jaar voor wie een pleegzorgvergoeding wordt verstrekt of in het verleden werd verstrekt, worden op verzoek niet als partner aangemerkt voor de inkomstenbelasting (IB) en voor de toeslagen. Dit geldt ook voor kinderen tot 27 jaar voor wie de verzorgende ouder in enig jaar kinderbijslag heeft ontvangen, maar die niet (meer) kwalificeren als pleegkind (en ook geen eigen kind van de verzorgende ouder zijn).

Mobiliteitsprojecten

De vrijstelling voor op grond van aangewezen mobiliteitsprojecten genoten voordelen vervalt met ingang van 1 januari 2018 en wordt vervangen door een vrijstelling voor voordelen die worden genoten op grond van projecten gericht op hinderbeperking tijdens grootschalige wegwerkzaamheden.

Vrijstelling gemeentelijke tegemoetkomingen kinderopvang

Sinds 1 januari 2005 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de financiering van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie (SMI). Deze tegemoetkoming voor kinderopvang wordt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2005 onder de vrijstelling gebracht. De tegemoetkoming voor kinderopvang die gemeenten aan bepaalde ouders kunnen bieden in aanvulling op de kinderopvangtoeslag tot maximaal 100% van de kosten van kinderopvang, het zogenoemde koa-kopje, wordt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2013 opnieuw onder de vrijstelling gebracht.

Verlenging geldigheidsduur vrijstelling pleegzorgvergoedingen

De geldigheidsduur van de vrijstelling voor pleegzorgvergoedingen wordt met een jaar verlengd tot 1 januari 2019. In de loop van 2018 wordt bekeken of de vrijstelling structureel kan worden gemaakt.

Verlenging geldigheidsduur multiplier giftenaftrek

De geldigheidsduur van de multiplier giftenaftrek in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting wordt met een jaar verlengd tot 1 januari 2019. In verband met staatssteunaspecten wordt deze verlenging ter goedkeuring voorgelegd aan de Europese Commissie.

Vervallen tijdklemmen Brede Herwaarderingskapitaalverzekering gecodificeerd

In een besluit van 15 mei 2017 is vooruitlopend op wetgeving met ingang van 1 april 2017 goedgekeurd dat een belastingplichtige niet meer minimaal 15 of 20 jaar jaarlijks premie voor een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering moet hebben betaald om voor de uitkeringsvrijstelling in aanmerking te kunnen komen. Deze goedkeuring wordt met ingang van 1 januari 2018 gecodificeerd. Op een uitkering van een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering geldt dan ongeacht de termijn van premiebetaling steeds een maximumvrijstelling van in totaal € 123.428.

Heffingskortingen 2018

Heffingskortingen 2018

Maximum algemene heffingskorting onder AOW-leeftijd

€ 2.265

Maximum algemene heffingskorting boven AOW-leeftijd

€ 1.157

Afbouwpercentage algemene heffingskorting

4,683%

Minimum algemene heffingskorting

€ 0

Maximum arbeidskorting

€ 3.249

Afbouwpercentage arbeidskorting

 3,6%

Minimum arbeidskorting

€ 0 

Opbouwpercentage arbeidskorting

28,067% 

Maximum inkomensafhankelijke combinatiekorting

€ 2.801 

Jonggehandicaptenkorting

€ 728 

Ouderenkorting (lagere inkomens)

€ 1.418 
Ouderenkorting (hogere inkomens) € 72 
Alleenstaande ouderenkorting €423 

Schijfgrenzen 2018

Schijfgrenzen 2018

Einde eerste schijf

€ 20.142

Einde tweede schijf geboren voor 1 januari 1946

€ 34.404

Einde tweede schijf geboren na 1 januari 1946

€ 33.994

Einde derde schijf

€ 68.507 

Gecombineerde tarieven IB/LB en PVV

Gecombineerde tarieven IB/LB en PVV

Tarief eerste schijf onder AOW-leeftijd

36,55%

Tarief eerste schijf boven AOW-leeftijd

18,65%

Tarief tweede schijf onder AOW-leeftijd

40,85%

Tarief tweede schijf boven AOW-leeftijd

22,95%

Tarief derde schijf

40,85%

Tarief vierde schijf

51,95% 
back to top