Prinsjesdag 2017: loonbelasting

Geplaatst op

Op Prinsjesdag 2017 zijn een aantal maatregelen aangekondigd die betrekking hebben op loonbelasting. Wij lichten deze maatregelen graag toe (voor een overzicht van álle maatregelen kunt u hier kijken). Let wel: alle genoemde maatregelen en wijzigingen betreffen slechts wetsvoorstellen. De voorstellen zijn pas van toepassing als ze zijn goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer.

Fictieve dienstbetrekking niet-uitvoerende bestuurders beursgenoteerde vennootschap

De fictieve dienstbetrekking voor niet-uitvoerende bestuurders van een beursgenoteerde vennootschap wordt afgeschaft. Een uitvoerende bestuurder van een beursgenoteerde vennootschap en een uitvoerende bestuurder van een niet-beursgenoteerde vennootschap blijven onder de LB vallen. Het onderscheid tussen uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders blijkt uit het handelsregister.

Toepasbaarheid alleenstaande ouderenkorting uitgebreid

De SVB kan de alleenstaande ouderenkorting bij de inhouding van LB en PVV ook toepassen op de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen bij circa 2.000 alleenstaande ouderen die geen AOW-uitkering ontvangen omdat zij niet minimaal een kalenderjaar verzekerd zijn geweest voor de AOW. Deze maatregel verkleint het aantal alleenstaande ouderen dat aangifte IB moet doen om de alleenstaande ouderenkorting te gelde te maken.

Pseudo-eindheffing over excessieve vertrekvergoedingen

Of sprake is van een excessieve vertrekvergoeding wordt vastgesteld op basis van een rekenregel. Op deze rekenregel geldt een uitzondering voor bepaalde aandelenoptierechten die zijn verkregen vóór het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking met de werknemer is beëindigd. Deze uitzondering op de rekenregel wordt beperkt tot aandelenoptierechten als bedoeld in artikel 10a Wet LB die (a) onvoorwaardelijk zijn toegekend in een eerder jaar dan het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking met die werknemer is beëindigd of (b) voorwaardelijk zijn toegekend en onvoorwaardelijk zijn geworden in een eerder jaar dan het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking met die werknemer is beëindigd.

Beperking toepassing heffingskortingen buitenlandse belastingplichtigen

Vanaf 2019 wordt in de LB voor alle buitenlandse belastingplichtigen alleen nog maar het belastingdeel van de heffingskortingen toegepast waarop niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen uit het betreffende land in de IB recht hebben. Bij buitenlandse belastingplichtigen woonachtig in de EU, de EER, Zwitserland of op de BES-eilanden wordt vanaf 2019 in de LB enkel van de arbeidskorting het belastingdeel toegepast en bij buitenlandse belastingplichtigen uit derde landen wordt van geen enkele heffingskorting het belastingdeel toegepast. Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen moeten via de IB het belastingdeel van de algemene heffingskorting, jong gehandicaptenkorting, ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting geldend maken. Zij kunnen desgewenst wel verzoeken om een voorlopige aanslag IB om zo het belastingdeel van deze heffingskortingen gedurende het belastingjaar te ontvangen, in plaats van na afloop van het betreffende jaar.

Wet vermindering afdracht LB en PVV: mededeling S&O-verklaring

Sinds 2016 is het mogelijk om uren, kosten en uitgaven waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven later in het kalenderjaar te maken dan in de periode waarop de S&O-verklaring betrekking heeft. Hierdoor is het doen van de vereiste mededeling aan de minister van Economische Zaken gespecificeerd per S&O-verklaring complexer geworden. Deze mededeling kan daarom over alle in een kalenderjaar afgegeven S&O-verklaringen gezamenlijk worden gedaan.

Heffingskortingen 2018

Heffingskortingen 2018

Maximum algemene heffingskorting onder AOW-leeftijd

€ 2.265

Maximum algemene heffingskorting boven AOW-leeftijd

€ 1.157

Afbouwpercentage algemene heffingskorting

4,683%

Minimum algemene heffingskorting

€ 0

Maximum arbeidskorting

€ 3.249

Afbouwpercentage arbeidskorting

 3,6%

Minimum arbeidskorting

€ 0 

Opbouwpercentage arbeidskorting

28,067% 

Maximum inkomensafhankelijke combinatiekorting

€ 2.801 

Jonggehandicaptenkorting

€ 728 

Ouderenkorting (lagere inkomens)

€ 1.418 
Ouderenkorting (hogere inkomens) € 72 
Alleenstaande ouderenkorting €423 

Schijfgrenzen 2018

Schijfgrenzen 2018

Einde eerste schijf

€ 20.142

Einde tweede schijf geboren voor 1 januari 1946

€ 34.404

Einde tweede schijf geboren na 1 januari 1946

€ 33.994

Einde derde schijf

€ 68.507 

Gecombineerde tarieven IB/LB en PVV

Gecombineerde tarieven IB/LB en PVV

Tarief eerste schijf onder AOW-leeftijd

36,55%

Tarief eerste schijf boven AOW-leeftijd

18,65%

Tarief tweede schijf onder AOW-leeftijd

40,85%

Tarief tweede schijf boven AOW-leeftijd

22,95%

Tarief derde schijf

40,85%

Tarief vierde schijf

51,95% 
back to top