Prinsjesdag 2017: overige fiscale maatregelen

Geplaatst op

De maatregelen die op Prinsjesdag 2017 zijn bekendgemaakt met betrekking tot btw, erf- en schenkbelasting, inkomstenbelasting, loonbelasting en vennootschapsbelasting, hebben we apart voor u uitgelicht. Welke overige fiscale maatregelen kunt u verwachten? Dat leest u op deze pagina! Let wel: alle genoemde maatregelen en wijzingen betreffen slechts wetsvoorstellen. De voorstellen zijn pas van toepassing als ze zijn goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer.

Verlaging percentage energie-investeringsaftrek

Bij de behandeling van het Belastingplan 2017 was een amendement aangenomen op grond waarvan het percentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) per 1 januari 2018 met 0,5 procentpunt wordt verlaagd.

Heffing afvalstoffenbelasting bij verwijdering buiten Nederland

De heffing van afvalstoffenbelasting bij verwijdering van afvalstoffen buiten Nederland wordt op een bij Koninklijk Besluit vast te stellen tijdstip heringevoerd, waarbij diverse wijzigingen worden aangebracht. In de nieuwe opzet is de heffingsgrondslag het overbrengen van afvalstoffen uit Nederland om deze in het buitenland te laten verwijderen (storten of verbranden), met toepassing van een zogenoemde EVOA-vergunning (Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen). Afvalstoffen waarvan uit boeken en bescheiden blijkt dat zij eerder in de zin van de EVOA naar Nederland zijn overgebracht, zijn van de grondslag uitgezonderd. Het tarief wordt gelijk aan het binnenlandse tarief voor storten of verbranden. De belasting wordt berekend over het gewicht van de overgebrachte afvalstoffen.

Tijdelijke verhoging tarieven energiebelasting

De energiebelastingtarieven voor aardgas en elektriciteit, het zogenoemde blokverwarmingstarief en de verlaagde aardgastarieven voor de glastuinbouw worden verhoogd per 1 januari 2018 en verlaagd per 1 januari 2020.

Teruggaaf energiebelasting

De Wbm kent op verzoek een teruggaaf van energiebelasting met betrekking tot elektriciteit die is geleverd ten behoeve van zakelijk verbruik voor zover het zakelijke verbruik hoger is dan 10.000.000 kWh per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. Een voorwaarde is dat de verbruiker verplichtingen op zich heeft genomen door middel van gemaakte afspraken, zoals het zogenoemde MEE-convenant (Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie ETS-ondernemingen). In verband met een addendum op het MEE-convenant worden de voorwaarden zodanig aangepast dat de teruggaaf energiebelasting afhankelijk blijft van de voortgangsverklaring die volgt uit het MEE-convenant zoals dat luidde op 2 oktober 2009. De wijziging werkt terug tot en met 20 april 2017 (de datum van inwerkingtreding van het addendum).

Toepassing werkelijke waarde bestelauto's voor BPM

Naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad van 13 mei 2016 en een uitspraak van Hof Den Haag van 27 januari 2017 mag in bepaalde gevallen voor de BPM worden uitgegaan van de werkelijke waardevermindering (bijvoorbeeld aan de hand van een koerslijst of bij een schadeauto aan de hand van een taxatierapport) in plaats van de forfaitaire afschrijvingstabel. Afschrijving op basis van de tabel is niet meer dwingend voorgeschreven voor (a) geïmporteerde bestelauto's waarvoor bij eerste registratie in Nederland is geopteerd voor de ondernemersvrijstelling en waarbij de auto binnen 5 jaar wordt verkocht en (b) ombouw van een bestelauto tot een personenauto waardoor BPM verschuldigd wordt.

BPM: catalogusprijs publiek kenbaar

De fabrikant of importeur wordt verplicht de catalogusprijs van een (bijzondere) personenauto, bestelauto of motorrijwiel publiekelijk kenbaar te maken in plaats van alleen aan wederverkopers. De manier van publiekelijk kenbaar maken is vormvrij, maar moet wel zodanig plaatsvinden dat de catalogusprijs vervolgens voor iedereen kenbaar is. Daarbij kan worden gedacht aan bekendmaking via de website van de importeur of fabrikant.

Motorrijtuigenbelasting

  • Massa rijklaar

Voor de grondslag van de berekening van de MRB wordt niet langer gebruik gemaakt van de "eigen massa" van het motorrijtuig, maar van de 'massa rijklaar' zoals opgenomen in het kentekenregister. Deze wijziging treedt in werking per Koninklijk Besluit. De aanpassing is zodanig vormgegeven dat er geen gevolgen zijn voor de hoogte van de verschuldigde MRB.

  • Schorsen en naheffen

In de Wet MRB is geregeld dat naheffing van de MRB mogelijk is ter zake van een geschorst motorrijtuig dat wordt gebruikt op de weg, maar de Wegenverkeerswet 1994 laat de schorsing van rechtswege eindigen bij aanvang van een gebruik van de weg. Daarom wordt de Wet MRB dusdanig aangepast dat er geen onduidelijkheid meer bestaat dat de MRB in dergelijke situaties kan worden nageheven.

Tijdelijke tariefsverhoging kansspelbelasting

Het huidige tarief van 29% voor de kansspelbelasting wordt tijdelijk verhoogd tot 30,1% ter dekking van de derving die optreedt door het uitstel van de inwerkingtreding van de maatregelen uit het wetsvoorstel inzake kansspelen op afstand. Het tarief wordt teruggebracht naar 29% zodra zes kalendermaanden zijn verstreken vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de maatregelen uit dat wetsvoorstel.

Maand- of kwartaalaangifte kansspelbelasting

Inhoudingsplichtigen voor de kansspelbelasting kunnen voortaan per maand of per kwartaal aangifte doen als is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.

Accijnzen: toegang inspecteur

De bevoegdheid van de inspecteur voor het uitvoeren van onderzoek wordt uitgebreid tot alle gebouwen (met uitzondering van woningen) en alle grond waartoe op basis van de AWR toegang moet worden verleend.

Invordering

  • Vereenvoudiging derdenbeslag

Het vereenvoudigde derdenbeslag wordt per 1 januari 2019 uitgebreid tot eenieder op wie de belastingschuldige een geldvordering heeft of uit een bestaande rechtsverhouding zal verkrijgen. Te denken valt daarbij onder meer aan betaaldienstverleners bij wie de belastingschuldige een of meer rekeningen houdt, verzekeraars bij wie de belastingschuldige een verzekeringspolis houdt en opdrachtgevers van belastingschuldigen die een onderneming drijven. De vordering onder deze derden wordt zoveel mogelijk gedaan volgens de regels die nu al gelden voor het doen van een loonvordering en met inachtneming van de regels en waarborgen die voor executoriale beslagen gelden. De maatregel is ook van toepassing op belastingschulden die zijn ontstaan voor 1 januari 2019.

  • Vervallen schorsende werking fiscaal verzet

De schorsende werking van het fiscaal verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel vervalt.

  • Uitbreiding mededelingsplicht bodemzaak

Pandhouders en andere derden die het voornemen hebben handelingen te verrichten of te laten verrichten die tot gevolg hebben dat een bodemzaak niet langer als bodemzaak kwalificeert, moeten dit melden aan de Belastingdienst. Deze mededelingsplicht gaat ook gelden voor de belastingschuldige. Als de belastingschuldige de mededeling niet heeft gedaan ontstaat eenzelfde betalingsplicht voor pandhouders of andere derden die zij nu ook hebben in het geval zij zelf de mededeling niet hadden gedaan. Deze betalingsplicht geldt niet voor zover de pandhouder of overige derde aannemelijk maakt dat de opbrengst van de bodemzaken direct noch indirect bij hem is terecht gekomen.

Toegang tot de antiwitwasinlichtingen

De Belastingdienst verkrijgt desgevraagd toegang tot de antiwitwasinlichtingen voor de controle van de CRS-gegevens (Common Reporting Standard-gegevens) die de Belastingdienst moet verstrekken aan derde landen. Om de Belastingdienst ook een effectieve controlemogelijkheid te geven ten aanzien van de CRS-gegevens die afkomstig zijn van de financiële instellingen van de BES-eilanden, wordt in de Belastingwet BES toegang tot antiwitwasinlichtingen geregeld voor de controle van die CRS-gegevens.

AWR: afschaffing inkeerregeling

De inkeerregeling wordt afgeschaft. De overtreder die zich uiterlijk twee jaar na het begaan van de opzettelijke of grofschuldige overtreding meldt bij de inspecteur, zal ook voor belastingjaren waarvoor hij uiterlijk twee jaar nadat hij een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan of aangifte had moeten doen alsnog aan zijn fiscale verplichtingen voldoet, een vergrijpboete worden opgelegd. Dit geldt ook voor degene die op grond van de Awir gegevens of inlichtingen moet verstrekken en deze opzettelijk of grofschuldig niet, of niet binnen de daartoe gestelde termijn, heeft verstrekt en dat meldt bij de Belastingdienst/Toeslagen. Ook betekent afschaffing van de inkeerregeling dat de overtreder in bepaalde gevallen, overeenkomstig de in het Protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen (Protocol AAFD) opgenomen richtlijnen, voor strafrechtelijke vervolging in aanmerking kan komen. Inkeer blijft wel een strafverminderende omstandigheid. Ook is overgangsrecht opgenomen. De huidige inkeerregeling blijft voor de fiscaliteit van toepassing met betrekking tot aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan of hadden moeten zijn gedaan en met betrekking tot inlichtingen, gegevens of aanwijzingen die vóór 1 januari 2018 zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. Voor de in de Awir opgenomen inkeerregeling geldt dat deze van toepassing blijft met betrekking tot inlichtingen en gegevens die vóór 1 januari 2018 zijn of hadden moeten zijn verstrekt.

back to top