Prinsjesdag 2018: formele wijzigingen

Geplaatst op

In het kader van de bestrijding van internationale fiscale constructies kondigde het vorige kabinet een aantal maatregelen aan om de belastinginning veilig te stellen. Deze voorstellen zijn nu verder uitgewerkt. De voorgestelde (a) aansprakelijkheid van begunstigden en (b) uitbreiding van de aansprakelijkheid van erfgenamen verruimen de mogelijkheden tot aansprakelijkstelling van derden bij wie het vermogen van de belastingschuldige is terechtgekomen. De twee regelingen treden in werking met terugwerkende kracht tot en met 18 september 2018, 15.15 uur. De (c) alternatieve wijze van bekendmaking van een aanslag en de (d) uitbreiding van de informatieverplichting beogen formele drempels bij aansprakelijkstelling weg te nemen.

a. Aansprakelijkheid van begunstigden

De begunstigde van een onverplichte handeling is voortaan op grond van artikel 33a IW aansprakelijk als is voldaan aan de volgende drie (cumulatieve) vereisten:

  • De handeling die leidt tot begunstiging is onverplicht verricht.
  • De Belastingdienst is door die handeling benadeeld in zijn verhaalsmogelijkheden.
  • De belastingschuldige en de begunstigde wisten of behoorden te weten dat van het verrichten van de handeling benadeling van de Belastingdienst het gevolg zou zijn (wetenschap van benadeling). Deze aansprakelijkheidsregeling bevat een wettelijk vermoeden van wetenschap van benadeling vergelijkbaar met de vormgeving van de actio pauliana in het burgerlijk recht.

In de regeling geldt een wettelijk vermoeden van wetenschap van benadeling bij zowel de belastingschuldige als de begunstigde indien de ontvanger aannemelijk maakt dat:

  • Er sprake is van een verhaalconstructie.
  • De onverplichte handeling die tot benadeling van de ontvanger heeft geleid, is verricht in of na het tijdvak waarin, dan wel op of na het tijdstip waarop, de belastingschuld materieel is ontstaan, en
  • Er sprake is van een kwalificerende gelieerdheid bij de betrokken personen.
    De aansprakelijkheid van begunstigden zal voortaan plaatsvinden bij voor bezwaar vatbare beschikking. Van een "verhaalsconstructie" is sprake, als een of meer van de handelingen die tot benadeling van de ontvanger hebben geleid in overwegende mate zijn verricht met als doel om de ontvanger te benadelen. Bij algemene maatregel van bestuur zullen regels worden gesteld die bepalen bij welke combinatie van omstandigheden in elk geval aannemelijk is dat sprake is van een verhaalsconstructie.

b. Uitbreiding verhaalsmogelijkheden op erfgenamen

De Belastingdienst signaleert dat schuldenaren hun vermogen kort voor overlijden schenken aan hun erfgenamen. Door deze schenking is de erfenis soms gering of nihil, waardoor het aansprakelijk houden van de erfgenamen geen zin heeft. Om deze vorm van belastingontwijking aan te pakken, wordt voorgesteld om het maximumbedrag waarvoor erfgenamen aansprakelijk zijn te verhogen met het bedrag van schenkingen die de erfgenaam van de erflater heeft ontvangen, kort (180 dagen) voor diens overlijden. De uitbreiding geldt niet voor schenkingen die zijn vrijgesteld van schenkbelasting of gevallen waarin de schenkbelasting is kwijtgescholden.

c. Alternatieve wijze van bekendmaking aanslag

Er komt een alternatieve wijze van bekendmaken van belastingaanslagen aan (vermoedelijk) niet langer bestaande rechtspersonen. Voortaan kan het aanslagbiljet worden uitgereikt of verzonden aan het parket van een ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de Rechtbank binnen het rechtsgebied waarin de laatst bekende vestigingsplaats van de rechtspersoon is gelegen of bij Rechtbank Den Haag. Hiermee is de bekendmaking van de belastingaanslag voor de toepassing van de IW voltooid. Vanaf het moment van deze alternatieve wijze van bekendmaken van de belastingaanslag treden de rechtsgevolgen in, en beginnen onder meer de termijnen, zoals de bezwaartermijn en de betalingstermijn van de belastingaanslag, te lopen.

d. Uitbreiding informatieverplichtingen

De informatieverplichtingen ten behoeve van de invordering worden uitgebreid met de specifieke groepen van personen waarvoor de IW aansprakelijkheidsbepalingen heeft (zoals de inlener, de bestuurder en de aanmerkelijkbelanghouder). De uitbreiding van de informatieplicht geldt uitsluitend voor zover de gevraagde informatie van belang kan zijn voor de vaststelling en de invordering van toekomstige aansprakelijkheidsschulden van de potentieel aansprakelijke. Bij het uitoefenen van deze bevoegdheid moet de Belastingdienst opereren binnen de grenzen van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel. Voor het niet-voldoen aan deze verruimde informatieplicht gelden dezelfde sancties als voor het niet-voldoen aan de bestaande informatieplicht, namelijk een hechtenis van maximaal zes maanden of een geldboete van de derde categorie (in 2018 maximaal € 8.300).

Mocht u naar aanleiding van de maatregelen van Prinsjesdag 2018 vragen hebben, neem dan contact op met uw adviseur bij Baker Tilly Berk.

back to top