Wanneer gaat de wettelijke bedenktermijn in?

Geplaatst op

Als werkgever en werknemer overeenstemming bereiken over het einde van de arbeidsovereenkomst en bijbehorende voorwaarden en afspraken, heeft de werknemer nog 14 dagen bedenktijd. De wet is echter niet duidelijk wanneer die bedenktermijn ingaat. Een uitspraak van de kantonrechter in Leiden lijkt die duidelijkheid wel te bieden.

In de wet staat dat de werknemer het recht heeft om tot 14 dagen na de datum waarop de vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen, zonder opgaaf van reden en schriftelijk, deze overeenkomst te ontbinden. Wat betekent echter precies ‘tot stand gekomen’?  Gaat het om de datum waarop de vaststellingsovereenkomst is ondertekend? Of geldt de datum waarop een akkoord is bereikt?

Overeenstemming is leidend
Volgens de uitspraak van de kantonrechter in Leiden (1 juni 2016) gaat de wettelijke bedenktermijn van de werknemer in op het moment dat de werknemer ‘ondubbelzinnig en schriftelijk’ aan de werkgever heeft laten weten dat hij instemt met de voorwaarden waaronder het dienstverband wordt beëindigd. In tegenstelling tot een eerdere uitspraak van de kantonrechter Rotterdam (25 februari 2016) is de datum waarop partijen overeenstemming bereiken leidend. Die kantonrechter besloot dat de datum waarop de vaststellingsovereenkomst door de werknemer wordt ondertekend, leidend is. Volgens de kantonrechter in Leiden is dat slechts een formaliteit.

Voorbeeld
De casus waarover de kantonrechter in Leiden de uitspraak deed ging over een werkgever en werknemer die per e-mail over en weer gecorrespondeerd hebben over het einde van de arbeidsovereenkomst en de voorwaarden waaronder. De werknemer laat op 29 januari 2016 per e-mail aan zijn werkgever weten dat hij akkoord is met het laatste voorstel. De werknemer krijgt de vaststellingsovereenkomst vervolgens opgestuurd die aan alle wettelijke vereisten voldoet, zoals de wettelijke bedenktermijn van 14 dagen. De laatste versie wordt op 15 februari 2016 aan de werknemer opgestuurd. Van een ondertekening komt het niet. Sterker nog, op 16 februari 2016 laat de werknemer aan de werkgever weten dat hij afziet van de gehele schikking.

Onderbouwing uitspraak kantonrechter
De werknemer is van mening dat hij zich tijdig beroept op de bedenktermijn. Hij rekent vanaf de laatste versie van de overeenkomst: 15 februari 2016. De instemming  van werknemer op 29 januari 2016 zou niet gelden als overeenkomst. De werkgever is echter van mening dat dat wel het geval is, omdat er onderhandeld is, partijen overeenstemming hebben bereikt en de werknemer heel bewust heeft ingestemd. De rechter gaat hierin mee. Volgens de kantonrechter is heel duidelijk sprake van schriftelijke overeenstemming in deze zaak, die de wet stelt als eis. Daarvoor is geen (extra) ondertekening nodig. Na de instemming is de werknemer voldoende in staat geweest om de gemaakte afspraken te heroverwegen.

Meer weten?
Wilt u meer weten over de wettelijke bedenktermijn? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtjuristen van Baker Tilly Berk Employment Advisory.

back to top