Wet DBA: wanneer wel of geen dienstbetrekking?

Geplaatst op

Eind april 2016 heeft de staatssecretaris van Financiën, Eric Wiebes, in een brief enkele Kamervragen over de ‘bizarre nieuwe wereld van de ZZP’er’ beantwoord. De belangrijkste punten uit die brief betreffen:

Naleving afspraken

In de modelovereenkomsten zijn de relevante passages, die de opdracht en de zelfstandigheid betreffen en bepalen, geel gemarkeerd. Als partijen, volgens de staatssecretaris, volgens die bepalingen handelen, biedt dat fiscale zekerheid. Een ‘kleine incidentele afwijking’ hiervan zal niet meteen leiden tot het vervallen van die zekerheid, met dien verstande dat de opdrachtgever of de ZZP’er kan aantonen dat het om een incident gaat. De staatssecretaris geeft als voorbeeld de situatie dat de ZZP’er een stuk gereedschap thuis laat liggen en de ZZP’er in een dergelijk geval een stuk gereedschap van de opdrachtgever gebruikt.

Gebruik modelovereenkomst

Volgens de staatssecretaris is het, als het overduidelijk is dat iemand als ZZP’er werkt, helemaal niet nodig om met een modelovereenkomst te werken. De modelovereenkomsten zijn alleen bedoeld voor die gevallen waarin er twijfel bestaat over de aard van de arbeidsrelatie. Volgens de staatssecretaris loopt een ZZP’er -thans- met een modelovereenkomst minder risico dan met een VAR. De VAR gaf de opdrachtgever volledige vrijwaring, dus in het geval er een correctie in de VAR-systematiek diende plaats te vinden, werd die volledig bij de ZZP’er neergelegd. Nu is het zo dat als partijen gebruik maken van en dienovereenkomstig uitvoering geven aan de modelovereenkomst, partijen zekerheid hebben dat er buiten dienstbetrekking wordt gewerkt. De positie van de ZZP’er zou er volgens de staatssecretaris onder de Wet DBA op vooruit gaan.

Controle Belastingdienst

De Belastingdienst zal bij de controle beoordelen of feitelijk gewerkt wordt conform de modelovereenkomst. Dit kan met een waarneming ter plaatse, maar ook door het beoordelen van bijvoorbeeld vastgelegde werkafspraken. Als de aangetroffen situatie in redelijkheid in overeenstemming is met de overeenkomst, zal het onderzoek worden afgerond. Als er in afwijking van de overeenkomst wordt gewerkt, zal de Belastingdienst gaan kijken naar alle feiten en omstandigheden. Een kleine incidentele afwijking zal geen gevolgen hebben. Als meer dan incidenteel wordt afgeweken van de overeenkomst, kan verzocht worden dat partijen de situatie -alsnog- in overeenstemming brengen met de overeenkomst. Als de Belastingdienst tot het oordeel komt dat er sprake is van een dienstbetrekking, kan een correctieverplichting of naheffingsaanslag loonheffingen aan de opdrachtgever worden opgelegd.

Factoren dienstverband

Er zijn vele factoren die, in onderlinge samenhang, in de richting van een dienstbetrekking kunnen wijzen. Geen enkele factor is op zichzelf doorslaggevend. Sommige factoren wijzen volgens de staatssecretaris evenwel eerder in de richting van een dienstbetrekking dan andere.

  • Zo zal deelname aan een pensioenvoorziening, of arbeidsongeschiktheidsverzekering sterk wijzen in de richting van een dienstbetrekking.
  • Deelname aan vergaderingen bij de opdrachtgever kan in de richting van een dienstbetrekking wijzen. Dit is afhankelijk van de aard van de vergadering. Betreft het een algemene vergadering over bijvoorbeeld de organisatie van de opdrachtgever, of betreft het een specifieke vergadering die de opdracht van ZZP’er betreft? 
  • Het vergoeden van een opleiding/cursus van de ZZP’er door de opdrachtgever is een sterke aanwijzing voor een dienstbetrekking.
  • Het ter beschikking stellen van bedrijfskleding door de opdrachtgever kan in de richting van een dienstbetrekking wijzen.
  • Het ter beschikking stellen van veiligheidsmiddelen door de opdrachtgever hoeft geen aanwijzing te zijn voor de aanwezigheid van een dienstbetrekking.
  • Het ter beschikking stellen van een werkplek door de opdrachtgever zal doorgaans geen aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een dienstbetrekking.

Vervangbaarheid ZZP’er

Een van de criteria van een dienstbetrekking is de verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten. Als de ZZP’er zich kan laten vervangen, onderstreept dat de onafhankelijkheid en de zelfstandigheid. De ZZP’er hoeft dit niet aan te tonen. Een ZZP’er die werkt conform de inhoud van een modelovereenkomst hoeft volgens de staatssecretaris verder niet na te denken over hoe hij gaat bewijzen dat er geen sprake is van een fictieve dienstbetrekking. Het is aanvankelijk aan de Belastingdienst om aan te tonen dat de ZZP’er zich niet heeft laten vervangen, als de Belastingdienst van mening is dat er sprake is van een fictieve dienstbetrekking. Overigens is de vervangbaarheid één van de factoren op grond waarvan de aanwezigheid van een fictieve dienstbetrekking wordt geoordeeld. 

Heeft u nog vragen over de wet DBA? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.

back to top