Wie is de afnemer in de btw? Het Hof van Justitie geeft duidelijkheid in de zaak Iberdrola

Geplaatst op

Het Europese Hof van Justitie heeft op 14 september jl. uitspraak gedaan over het recht op aftrek van voorbelasting. Het gaat om kosten van werkzaamheden aan onroerende zaken die eigendom van een derde zijn. Het betreft in deze zaak Iberdrola, die diverse terreinen heeft aangekocht om hierop vakantiewoningen te realiseren. Deze woningen moeten worden aangesloten op een pompstation voor afvalwater. Dat pompstation is eigendom van de gemeente. Om het pompstation operationeel te krijgen, zijn herstelwerkzaamheden aan dat pompstation noodzakelijk. Iberdrola en de gemeente komen overeen dat de kosten voor herstel van het pompstation voor rekening komen van Iberdrola.

De zaak Iberdrola

De procedure gaat over de vraag of Iberdrola de btw op de herstelkosten (geheel) in aftrek mag brengen. Waarbij hier de crux zit in het feit dat de gemeente – als eigenaar van het pompstation – kosteloos het genot van deze hersteldiensten verkrijgt. Het Hof van Justitie oordeelt dat een aftrekrecht bestaat indien de ingekochte diensten worden gebruikt voor door de ondernemer verrichte belaste handelingen. Dit geldt zelfs indien het eigendom van een ander erbij gebaat is. De kosten van de ingekochte diensten moeten hierbij opgenomen zijn in de prijs van de btw-belaste handelingen die de ondernemer zelf verricht.

Het aftrekrecht is echter beperkt tot voorbelasting op herstelkosten die strikt noodzakelijk zijn voor de belaste handelingen. Indien de herstelwerkzaamheden verder reiken dan noodzakelijk, mag enkel de voorbelasting over de noodzakelijke werkzaamheden in aftrek worden gebracht.

De Nederlandse praktijk

De vraag die aan het Hof van Justitie is voorgelegd, is ook voor de Nederlandse praktijk zeer relevant. Feitelijk is immers de vraag gesteld of een ondernemer btw op kosten mag aftrekken als de kosten (juridisch) betrekking hebben op de eigendom van een derde. In Nederland is hierover ook al diverse malen geprocedeerd en er lijkt steeds meer duidelijk te worden.

Uit de zaak Iberdrola leiden we de volgende lijn af:

  • De afnemer van diensten aan roerende of onroerende zaken hoeft niet per se de eigenaar van die (on)roerende zaken te zijn om tóch aftrekrecht te hebben.
  • De kosten moeten een rechtstreeks en onmiddellijk verband hebben met de btw-belaste activiteiten van de ondernemer die de diensten / goederen inkoopt.
  • Dit rechtstreeks en onmiddellijk verband wordt bepaald door wat noodzakelijk is; dat wil zeggen dat de ingekochte goederen en diensten noodzakelijk moeten zijn om de eigen btw-belaste activiteiten te kunnen verrichten.
  • Het Hof van Justitie vindt daarnaast van belang dat de gemaakte kosten worden opgenomen in de prijs van (latere) btw-belaste handelingen.
  • Van belang was en blijft dat de ondernemer een factuur heeft die op zijn naam staat en ook aan de overige voorwaarden voldoet.

De uitspraak is naar onze mening ook relevant voor het aftrekrecht van ontwikkelaars of woningcorporaties. Bijvoorbeeld bij de aanleg van infrastructuur in een (her)ontwikkelingsproject of bij de vraag wie de btw op adviesdiensten van aandelentransacties in aftrek mag brengen. Met dit recente arrest in de hand kan duidelijker worden vastgesteld wie de afnemer van de ingekochte diensten of goederen is. Vervolgens moet worden bepaald of die ingekochte diensten of goederen worden gebruikt voor btw-belaste handelingen om daadwerkelijk tot aftrekrecht te komen.

Wilt u weten of deze uitspraak voor uw praktijk relevant is of heeft u vragen over het aftrekrecht? Neem dan contact op met Myrthe Hinskens, adviseur van de btw-adviesgroep van Baker Tilly Berk. Zij is bereikbaar via telefoonnummer 06 31031398 of e-mail m.hinskens@bakertillyberk.nl.

back to top