Wijzigingen dividendbelasting per 1 januari 2018

Geplaatst op

Op 19 december 2017 heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen waarmee de Wet op de dividendbelasting 1965 wordt gewijzigd. De wijziging beoogt misbruik van zogenoemde houdstercoöperaties te bestrijden. Voorts heeft de wetswijziging een meer gelijke behandeling ten doel van kapitaalvennootschappen en houdstercoöperaties.

De twee belangrijkste veranderingen zijn:

  • houdstercoöperaties worden inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting; 
  • de inhoudingsvrijstelling van dividendbelasting wordt uitgebreid indien de ontvanger van het dividend een vennootschap is met een aandelenbelang van meer dan 5% en is gevestigd in een verdragsland.
    Beide wijzigingen, die op 1 januari 2018 ingaan, worden hierna iets meer in detail besproken.

Inhoudingsplicht voor houdstercoöperaties

Wanneer de feitelijke werkzaamheden van een coöperatie voor 70% of meer bestaan uit het houden van deelnemingen of het (in)direct financieren van verbonden lichamen, wordt de coöperatie als houdstercoöperatie aangemerkt. De beoordeling geschiedt aan de hand van de balans, omzet en winst van de coöperatie.
De inhoudingsplicht voor winstuitkeringen door houdstercoöperaties geldt alleen voor zover het lid van de coöperatie een kwalificerend lidmaatschapsrecht houdt in de coöperatie. Een kwalificerend lidmaatschapsrecht is een recht op minstens 5% van de jaarwinst of minstens 5% van de opbrengst bij liquidatie van de coöperatie.

Uitbreiding inhoudingsvrijstelling

Uitkeringen van dividend door BV’s, NV’s en houdstercoöperaties aan buitenlandse moedermaatschappijen zijn onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van inhouding van dividendbelasting. De eerste voorwaarde is dat het belang van de moedermaatschappij in de Nederlandse dividenduitkerende entiteit minstens 5% bedraagt. De tweede voorwaarde is dat de moedermaatschappij is gevestigd in een land van de Europese Unie of in een verdragsland en het verdrag een dividendartikel bevat.
Wanneer het belang in de Nederlandse entiteit wordt gehouden door een buitenlandse hybride entiteit, gelden speciale regels. Een hybride entiteit is een entiteit die door het ene land fiscaal als rechtspersoon wordt behandeld en door het andere land als fiscaal transparant wordt gezien.

Antimisbruikbepaling

Voordat de inhoudingsvrijstelling kan worden toegepast, moet nog een misbruiktoets worden doorlopen. De inhoudingsvrijstelling wordt niet verleend (ook al is aan de twee hierboven genoemde voorwaarden voldaan), als de buitenlandse moedermaatschappij het belang in de Nederlandse inhoudingsplichtige heeft met als een van de hoofddoelen om de heffing van dividendbelasting te ontgaan (subjectieve toets) en er sprake is van een ‘kunstmatige constructie’ (objectieve toets). Het gaat het bestek van dit nieuwsbericht te buiten om dieper in te gaan op de antimisbruikbepaling.

In een gesprek lichten wij graag het effect toe van bovenstaande wetswijzigingen op voorgenomen winstuitkeringen.

back to top