Samen voortzetten? Een goede opvolgingsstructuur blijkt lastig

Geplaatst op

Kunnen bedrijfsopvolgers herstructureren om een goede opvolgingsstructuur te creëren? Vijf jaar na de verkrijging van aandelen in een onderneming kan dat zeker. Binnen vijf jaar blijkt soms lastig. Een voorbeeld: vader dreef samen met zijn twee kinderen een onderneming. Ieder had een eigen bv en deze hadden elk een een derde aandeel in de bv; een transportonderneming. De bv van vader bezat een pand, dat werd verhuurd aan de transportonderneming. De twee kinderen erfden de aandelen in de bv. 

Bedrijfsopvolgingsregeling

Als eerst de bedrijfsopvolgingsregeling (ook wel: bor). Er vererven aandelen in een vennootschap die (weliswaar indirect) een onderneming drijft. Zonder bedrijfsopvolgingsregeling zouden de kinderen maximaal 20 procent erfbelasting verschuldigd zijn. Met de bedrijfsopvolgingsregeling maximaal 3,4 procent. De toepassing ervan betekent dat de bedrijfsopvolger(s) aan voorzettingsvereiste moeten voldoen: de aandelen tenminste vijf jaren in bezit houden en de bv moet de onderneming net zo lang voortzetten. Er ontstond een vreemde ondernemingsstructuur. De kinderen hebben ieder een eigen bv en 50 procent van de bv van vader, waarin een pand zit dat aan de onderneming wordt verhuurd.

Logischer zou zijn als de kinderen de aandelen bv Vader in hun eigen structuur kunnen implementeren, waarbij het (indirecte) belang in de verkregen bv niet wijzigt: De eigen bv’s houden de aandelen in een bv Vader (waarin het bedrijfspand zit), die op haar beurt de aandelen in de onderneming bezit.

Logischere ondernemingsstructuur

In de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting zijn enkele mogelijkheden opgenomen, om tot een logischere ondernemingsstructuur te komen. Ondanks dat er sprake is van een overdracht van de aandelen (bijvoorbeeld door aandelenfusie of juridische fusie) is de handeling niet in strijd met het voortzettingsvereiste. Deze mogelijkheden gaan echter uit van één bedrijfsopvolger/verkrijger. Als er meerdere zijn, schiet de Uitvoeringsregeling tekort.

Dit is onderkend door de staatssecretaris van Financiën. In het laatste bor-besluit (BLKB2012/1221M, d.d. 17 januari 2013) heeft de staatssecretaris een aantal goedkeuringen gegeven voor herstructureringen met meerdere opvolgers. Daaraan kleven twee nadelen: de goedkeuringen zijn op zeer specifieke situaties gericht en aan (te) strikte voorwaarden gebonden. Het biedt geen soelaas voor de algemene problematiek rondom opvolgingsstructuren, namelijk hoe een logische structuur binnen vijf jaren na overlijden kan worden gecreëerd. Tevens dient men de Uitvoeringsregeling te bestuderen voor uitzonderingen op het wettelijke voortzettingsvereiste en vervolgens nog eens het besluit voor uitzonderingen op de in de Uitvoeringsregeling omschreven uitzonderingen.

Men zou het een en ander reeds voor het overlijden kunnen herstructureren: bv Vader splitsen we in bv Vader 1 en bv Vader 2 en ieder kind verkrijgt een eigen bv. Omdat een overlijden in de regel niet te voorspellen is, heeft vader gedurende een (mogelijk lange) periode twee maal alle jaarlijkse administratieve lasten en kosten. Bovendien krijg je de onlogische situatie dat het pand eigendom is van twee bv’s.

Bron: Fiscaal Advies, mei 2015

back to top