"Wordt wat op schrift is vastgelegd in de praktijk ook uitgevoerd?“

Geplaatst op

5 minuten

Afgelopen najaar benoemde de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Baker Tilly Berk, Joke van Lonkhuijzen-Hoekstra MBA MCM (58) als nieuwe voorzitter van de Raad van Commissarissen (RvC). Op 1 januari 2018 is zij met haar werkzaamheden begonnen. Het is voor het eerst dat Baker Tilly Berk een externe RvC-voorzitter heeft. De RvC bestaat nu uitsluitend uit externe leden.

Naast haar functie bij Baker Tilly Berk is Joke van Lonkhuijzen-Hoekstra ook lid van de Raad van Commissarissen van Achmea BV, lid van de Raad van Commissarissen van Monuta Holding N.V. en Monuta Verzekeringen NV en onder meer voorzitter van het Curatorium Postdoctorale Opleiding Verandermanagement aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In het verleden was zij onder andere voorzitter van de Raad van Bestuur van GGZ in Geest, bestuurslid van GGZ Nederland, bestuurslid van de NVZD en lid van de Raad van Bestuur van Cordaan.

Joke van Lonkhuijzen-Hoekstra | Baker Tilly

Wat is er sinds de benoeming op u afgekomen?
“Ik heb me de afgelopen tijd ingelezen en medewerkers uit de organisatie gesproken. In december was er een gecombineerde vergadering van de Raad van Bestuur (RvB) en de RvC die ik op uitnodiging van mijn voorganger Michel de Graaf heb bijgewoond. Inmiddels ben ik drie maanden onderweg. Ik heb een aantal werkbezoeken afgelegd.  Zo ben ik een dag in Rotterdam geweest en een dag in Utrecht. Er is ook diverse malen contact geweest met de Autoriteit Financiële Markten (AFM).”

Wat doet u tijdens de werkbezoeken?
“Ik wil weten wat er speelt. Zo heb ik de afdeling Juridische Zaken, de Audit Afdeling en de afdeling Marketing & Communicatie bezocht.  Ik heb gesproken met vertegenwoordigers van Advisory, het Professional Competence Center en met de Fiscaal-Juridische dienst. Ik wil weten wat ze doen, wat het vak behelst, waar de uitdagingen liggen en wat bijzondere aandachtspunten zijn. Zo krijg ik een beeld van het bedrijf. Daarnaast heb ik natuurlijk gesproken met de andere commissarissen.”

Wat zijn onderwerpen waar de RvC nu vooral mee bezig is?
“Allereerst de invoering van de 53 maatregelen uit het rapport 'In het publiek belang; het kan echt beter!' van de NBA. Hoe staat het daarmee en doen we ook wat we schrijven? Maar natuurlijk ook wat de strategie is en waar de organisatie voor staat. Waar zijn we goed in en wat moet beter.“

Wat is kenmerkend voor de rol van een commissaris?
“Zich laten informeren over de gang van zaken in de ruimste zin van het woord. Doen we het wel goed? We houden toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken, en dragen waar nodig ideeën en suggesties aan. Maar goed, er wordt ook wel gezegd; als commissaris sta je met je handen op je rug.“

Met uw handen op de rug?
“Dat valt eigenlijk wel mee. Uiteindelijk moet er geen situatie zijn van ‘wie is de baas van de organisatie’. Het bestuur bestuurt en de commissarissen controleren. Natuurlijk is dat soms wel moeilijk, maar ik heb ook ruime ervaring als bestuurder – ik ben voorzitter van een RvB geweest in de gezondheidzorg - en ik had altijd een aversie tegen toezichthouders die aan de knoppen wilden draaien. Kijk, aan de knoppen draaien – besturen – dat doet het bestuur. Als commissaris houd je toezicht. Dat is je rol. Vanwege mijn ervaring zal ik niet snel uit mijn rol als toezichthouder vallen. Ik probeer een goede sparringpartner te zijn voor de RvB, steun te bieden, mijn kennis en ervaring in te zetten, maar ook kritisch te zijn als dat nodig is. Ik kan dat goed en ik vind het leuk om te doen.”

Kun u iets vertellen over uw achtergrond? Hoe bent u geworden wie u bent?
“Ik ben de oudste dochter uit een Fries middenstandsgezin, opgegroeid in Heerenveen. Mijn eerste schreden op de arbeidsmarkt waren als verpleegkundige. In de loop van de tijd kreeg ik steeds meer verantwoordelijkheid. Ik merkte dat het leiden van teams me goed afging. Ik was het ook wel een beetje gewend als oudste in het gezin. Handen uit de mouwen was bij ons thuis van kinds af aan het motto. Ik werd hoofdverpleegkundige en coördinerend hoofdverpleegkundige. Daarnaast bleef ik naast mijn werk studeren, via MBO, HBO naar Universitair Onderwijs. Uiteindelijk heb ik mijn MBA gehaald aan de universiteit van Glasgow. Later heb ik ook nog een master Verandermanagement gedaan aan de VU in Amsterdam. Zo is het eigenlijk stap voor stap gegaan. Heel gelijkmatig. Een nieuwe baan,  een nieuwe opleiding en dan weer een stapje verder. Dat heeft voor mij heel goed gewerkt. Zo heeft mijn basis als verpleegkundige uiteindelijk geleid tot het voorzitterschap van een Raad van Bestuur.”

Ik wil weten wat er speelt, wat het vak behelst en waar de uitdagingen liggen.

 

Waarom was de functie van voorzitter van de RvC van Baker Tilly Berk aantrekkelijk voor u?
“Ik heb in mijn bestuurlijke en toezichthoudende rollen altijd veel contact gehad met de accountants die advies gaven aan de organisaties waarvoor ik actief was. Ik vind het een mooie en belangrijke beroepsgroep. Het vak boeit me. Ik weet ook hoe belangrijk accountants zijn in het maatschappelijk verkeer. Daarnaast zijn het professionals. Daarin vertoont een organisatie als Baker Tilly Berk sterke overeenkomsten met een ziekenhuis waarin je te maken hebt met specialisten, eveneens hoogopgeleide professionals. De organisatie van Baker Tilly Berk voelt hierdoor in bepaalde opzichten vertrouwd aan. Een extra uitdaging is het feit dat de sector zich in een fase van transitie bevindt en dat dit tijdsgewricht niet per se de makkelijkste periode is voor Baker Tilly Berk. Ik denk dat ik deze organisatie verder kan helpen, juist ook vanuit mijn rol als voorzitter van de RvC.”

De sector en ook Baker Tilly Berk liggen op dit moment onder het vergrootglas, ook van de AFM. Hoe kijkt u daar tegen aan?
“Daar ben ik eigenlijk niet zo bang voor. Het is belangrijk dat we ook met de externe toezichthouders goed in gesprek zijn en blijven. Ook al zijn we het niet volledig met elkaar eens, uiteindelijk hebben we allemaal – alle partijen - hetzelfde belang en dat is kwaliteit leveren voor de klant en voor de samenleving.”

Hoe vindt u dat de accountancy-sector er als geheel voor staat?
“Voor zover ik nu daar al een oordeel over kan hebben: het is duidelijk dat het beroep en de sector in een ingewikkelde fase zitten. Daardoor schiet men ook vrij snel in een kramp als er iets misgaat. Ik twijfel er niet aan dat er in de sector heel hard wordt gewerkt om zaken aan te pakken en dat in z’n algemeenheid het morele kompas in orde is. Maar het is een lastige situatie. Waar mensen werken, worden fouten gemaakt. Zo zit de wereld in elkaar, maar dat wil niet zeggen dat men dan ook slecht is. Ik vind het belangrijk dat we weer toegroeien naar echte beroepstrots en echt plezier in het werk. Er zal de komende jaren tijd moeten worden ingeruimd voor intercollegiale toetsing en onderling overleg over dilemma’s.”

 

back to top